'In Flanders Fields', vertaling, bewerking, toe-eigening

Willy Vandeweghe, Lidia Rura

Samenvatting


 

Poëzievertaling vormt van alle vertaalopdrachten mogelijk wel de moeilijkste opgave. Vaak zijn het dichters die de uitdaging aangaan, en vaak zijn het andere dichters die daar zeer kritisch tegenover staan. Toen Tom Lanoye aan de slag ging met het vaak vertaalde gedicht van John McCrae, ‘In Flanders Fields’, kreeg hij van dichteres Christine D’haen de wind van voren. Deze kritiek vormde de aanleiding tot een vergelijkende studie van hoe een aantal dichters hun eigen ding deden met het iconische oorlogsgedicht. Een analytische beschrijving van vorm en inhoud, in relatie tot elkaar, stelde ons in staat de kritiek te kaderen en te relativeren, en het inzicht te verdiepen in de door verschillende vertalers gehanteerde poëtica’s.

 

Abstract

 

Poetic translation may well be one of the most challenging of all translation tasks. There are some poets rising to the challenge, while others remain sceptical. When Tom Lanoye, himself being a poet in a postmodern age, tried his hand at the often translated poem ‘In Flanders Fields’ by John McCrae, he was faced with severe criticism by Christine D’haen, a poet of a more classical brand. It is her criticism that led to this comparative study that examines how different poets approached the translation of this iconic war poem in their own personal way. An analytic description of form and content in interaction with each other allowed us to contextualize and put her criticism into perspective, and at the same time to gain a better insight in the poetics of different translators.


Volledige tekst:

PDF


Verslagen & Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde
ISSN 2033-6446 (online)
ISSN 0770-786X (druk)