Hendrik Conscience op zoek naar de moderne roman. Personages in De Leeuw van Vlaenderen

Pieter Verstraeten, Dirk De Geest

Samenvatting


Het oeuvre van Hendrik Conscience is tot nog toe vooral beschouwd in het licht van zijn rol in de constructie van een collectieve culturele identiteit in de context van de nog jonge Belgische staat. Bovendien wordt daarbij vooral geopteerd voor een biografisch interpretatiekader, waarbij het literaire werk nauw wordt gerelateerd aan het leven en de institutionele positie van de auteur. In deze bijdrage willen wij aandacht vragen voor de vaak vergeten specifiek-literaire dimensie van Consciences vroege werk door nader in te gaan op de narratieve strategieën waarmee de auteur aan het relatief nieuwe genre van de roman gestalte probeert te geven. We focussen daarbij op de personages in De Leeuw van Vlaenderen (1838). In tegenstelling tot wat doorgaans wordt aangenomen kunnen die personages niet zonder meer tot algemene typen of tot de vertegenwoordigers van maatschappelijke groepen worden herleid. Consciences personages vertonen immers ook een zekere vorm van individualiteit, nemen een unieke positie in binnen het complexe netwerk van personages in de roman, en worden zelfs van een soort interioriteit en subjectiviteit voorzien. Dat spanningsveld tussen het typische en het individuele lijkt ons een essentieel kenmerk te zijn van de moderne roman-in-wording en reveleert meteen het wat dubbelzinnige historische statuut van Consciences magnum opus, dat klassieke romanelementen combineert met meer moderne romanmodellen.

Abstract

The literary work of Hendrik Conscience has predominantly been read in terms of its role in constructing a collective cultural identity in the context of the emergent Belgian nation state. Moreover, his novels are often studied from a biographical perspective and are almost directly related to the author’s institutional position. In contrast, this article explores the largely overlooked literary dimension of Conscience’s early writings, by analyzing the narrative strategies that are adopted in the development of the relatively new genre of the novel. More specifically, it focuses on the characters in De Leeuw van Vlaenderen (1838). In contrast to what is generally assumed, these characters are not the mere representatives of a general type or a social group, for they unmistakably show certain individualizing characteristics, take a unique position in the complex network of characters and are even endowed with a kind of interiority and subjectivity. This tension between the typical and the individual, it is argued, is an essential characteristic of the emerging genre of the novel and is indicative of the ambiguous historical situation of De leeuw van Vlaenderen, which combines classical ingredients with new novelistic models.


Volledige tekst:

PDF


Verslagen & Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde
ISSN 2033-6446 (online)
ISSN 0770-786X (druk)