Bewogen pauzes. Lijsten en lyriciteit in Michael Tophoffs 'Leeg te aanvaarden'

Nele Janssens

Samenvatting


'Leeg te aanvaarden' (1966), de tweede roman van Michael Tophoff, is in meerdere opzichten een onconventionele roman: van een duidelijke narratieve ontwikkeling is geen sprake, personages blijven vlakke figuren en lange zinnen maken plaats voor opsommingen van korte, vaak elliptische frasen. De Nederlandse literatuurkritiek verbindt die sobere stijl met de nouveau roman. Tegelijkertijd is Tophoffs roman lyrischer dan conventioneel proza. De meest opvallende tendensen in 'Leeg te aanvaarden' zijn immers lyrisch, terwijl proza doorgaans hoofdzakelijk narratief is. In de terminologie die ik voorstel, behoren die tendensen tot een lyrische modus die in ieder genre kan voorkomen en verschillende vormen kan aannemen. Tophoff realiseert die lyriciteit in lijsten die korte beschrijvingen van eenvoudige percepties aaneenrijgen. Die lyrische lijsten geven 'Leeg te aanvaarden' een rigide vorm, die tegelijkertijd invulmogelijkheden openlaat.

Zowel lijsten als de lyrische modus zijn immers herkenbare structuren die hun semantische uitbreidbaarheid onderstrepen. Om de lyrische lijsten in de prozatekst van Tophoff te interpreteren, presenteer ik werkbare definities van lyriciteit en de lijst, die ik met elkaar in verband breng. De analyse van specifieke lyrische lijsten toont het betekenispotentieel én de veelvormigheid van lyriciteit als modus en de lijst als formele structuur. Zo heeft de tekst tegelijkertijd aandacht voor subjecten als herkenbare eenheden en voor hun onkenbaarheid.

In 'Leeg te aanvaarden' suggereren de lyrische lijsten dat er telkens iets aan registraties (van en door personages) ontsnapt. Aangezien eenheden nooit volledig te vatten zijn, moeten we ze leeg aanvaarden.

Abstract:

'Leeg te aanvaarden' ['Accept vacancy'] (1966), Michael Tophoff’s second novel, is an unconventional text in many ways: there is no clear narrative development, characters remain stock figures, and elaborate sentences are substituted for enumerations of short, often elliptic phrases. In Dutch literary criticism this sobriety has been associated with the nouveau roman. At the same time, Tophoff’s novel is more lyrical than conventional prose fiction. Indeed, the most salient tendencies in 'Leeg te aanvaarden' are lyrical, whereas prose is conventionally mainly narrative. In the terminology that I am proposing, these tendencies belong to a lyrical mode that can occur in different genres and that can be realised in different ways. Tophoff realises this lyricality in lists that enumerate simple perceptions. These lyrical lists give 'Leeg te aanvaarden' a rigid form while evoking alternative realisations.

Both lists and the lyrical mode are recognisable structures that emphasise semantic expandability. In this article, I will present functional definitions of lyricality and the list, which I confront and align. The analysis of specific lyrical lists in Tophoff’s novel illustrates the signifying potential as well as the formal changeability of lyricality as a mode and lists as a formal structure. Indeed, the text focuses both on subjects as recognisable items and on their illegibility. Seeing that nothing can be grasped in its totality, we cannot but accept the emptiness of things. We are, in other words, to “accept vacancy".


Volledige tekst:

PDF


Verslagen & Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde
ISSN 2033-6446 (online)
ISSN 0770-786X (druk)