Negentiende-eeuwse Vlaamse contacten over de Frans-Belgische staatsgrens heen

Lori Van Biervliet

Samenvatting


Zowel in Frans-Vlaanderen als in de Nederlandstalige gewesten van België kwamen kort na de Belgische onafhankelijkheid bewegingen tot stand met als doel het in stand houden van de Vlaamse cultuur. In Noord-Frankrijk leidde dit tot de oprichting van het Comité flamand de France (1853), onder impuls van vooral Edmond de Coussemaker en Louis De Baecker. Beiden hebben zij voor nauwe contacten gezorgd met vertegenwoordigers van de vroege Vlaamse Beweging in België. Daarbij werd de eerste waarschijnlijk vooral aangetrokken door de figuur van Snellaert, die net als hij veel belangstelling had voor Vlaamse volksliederen.
Twee generaties verder werd de band tussen het Comité flamand de France en de Vlaamse beweging in België verder ontwikkeld door Ignace de Coussemaker, een achterneef van Edmond. Die had op heel verschillende gronden contact met twee prominente leden van de jonge Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal en Letterkunde (gesticht in 1886): met Guido Gezelle en met Edward Gailliard. Allebei werden die lid van het Comité flamand de France, en omgekeerd zorgde Gezelle ervoor dat Ignace de Coussemaker en de toen al hoogbejaarde Louis De Baecker corresponderend lid werden van de Vlaamse Academie. De samenwerking tussen de twee culturele organisaties leidde uiteindelijk (begin 20ste eeuw) tot de publicatie van de Keure van Hazebroek, bezorgd door Edward Gailliard.

Abstract

Both in French Flanders and in the Dutch speaking northern part of Belgium movements came into being in the nineteenth century, aiming at the conservation and further development of Flemish culture. In Northern France the Comité flamand de France was created (1853), largely under the incentive of Edmond de Coussemaker and
Louis De Baecker. Both of them had intense contacts with representatives of the early Flemish Movement in Belgium. The former was especially attracted by the figure of Ferdinand Snellaert, who, like de Coussemaker, had a vivid interest in traditional Flemish folk songs. Two generations later the bond between the Comité flamand de France and the Flemish Movement in Belgium was intensified by Ignace de Coussemaker, second cousin of Edmond. Ignace had contacts with two prominent members of the then new Flemish Academy of Language and Literature (founded in 1886): Guido Gezelle and Edward Gailliard. Both Gailliard and Gezelle became members of the Comité flamand de France, and Gezelle took care of introducing Ignace de Coussemaker and Louis de Baecker as corresponding members of the Flemish Academy. The cooperation between both cultural organisations resulted in the publication of the late medieval statutes of the French Flemish town of Haesebrouck, edited by Edward Gailliard.


Volledige tekst:

PDF


Verslagen & Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde
ISSN 2033-6446 (online)
ISSN 0770-786X (druk)